Beginnen met wandelen lijkt simpel. Schoenen aan, deur uit, gaan. Maar eerlijk ? De eerste keer kan best spannend zijn. Hoe ver is “te ver”? Raak ik de weg kwijt ? En wat als ik na drie kilometer al denk : was ik maar thuis gebleven. Geen stress. Iedereen is zo begonnen. Het goede nieuws : er zijn genoeg plekken waar je als starter relaxed kunt wandelen, zonder hoogtepaniek, zonder ingewikkelde routes, en vooral zonder gedoe.
Wat mij in het begin enorm hielp, was vooraf lezen hoe anderen het aanpakten en welke routes écht beginnersproof zijn. Niet die heroïsche tochten met duizend hoogtemeters, maar gewoon lekker haalbaar. Soms kijk ik ook even buiten Nederland voor inspiratie, bijvoorbeeld via https://blogvoyage.net, puur om ideeën op te doen. Daarna kies ik iets dat dichtbij voelt. Dat werkt verrassend goed.
Waarom een makkelijke route echt verschil maakt
Franchement, een slechte eerste ervaring kan je zin in wandelen compleet verpesten. Te lange afstand, slecht gemarkeerd pad, natte sokken na twintig minuten… klaar. Terwijl een fijne eerste tocht juist het tegenovergestelde doet. Je komt thuis met een licht moe gevoel, frisse kop, en denkt : hé, dit wil ik vaker doen.
Voor beginners raad ik altijd aan : kies routes tussen 5 en 10 kilometer, met duidelijke markeringen en weinig hoogteverschil. Je moet nog kunnen praten onderweg. Of lachen. Of even stoppen zonder schuldgevoel.
De Veluwe : breed, rustig en bijna altijd goed aangegeven
De Veluwe is zo’n plek waar je eigenlijk niet fout kunt gaan. Brede zandpaden, veel bewegwijzerde wandelroutes, en genoeg bankjes om even te zitten. Persoonlijk vind ik de omgeving rond Hoenderloo ideaal om te starten. De routes daar zijn vaak 6 tot 8 kilometer en duidelijk gemarkeerd met gekleurde paaltjes.
Wat me daar verraste : hoe snel je het gevoel hebt “weg” te zijn. Na tien minuten loop je tussen de dennen en hoor je vooral vogels en je eigen ademhaling. Geen ingewikkelde kruispunten, geen twijfel. Gewoon volgen.
Utrechtse Heuvelrug : klein beetje uitdaging, maar goed te doen
Misschien twijfel je hier even : heuvelrug, klinkt dat niet zwaar ? Valt mee. Echt. De paden zijn goed onderhouden en de hoogteverschillen zijn kort en mild. Rond Doorn en Amerongen vind je veel routes van 7 à 9 kilometer die prima zijn voor beginners.
Ik weet nog dat ik daar voor het eerst een lichte klim liep en boven dacht : oh, dit dus. Dat gevoel van “ik heb iets gedaan”, zonder uitgeput te zijn. Dat is goud, zeker als je net begint.
Schoorlse Duinen : ja, er is zand, maar ook overzicht
Oké, eerlijk is eerlijk : los zand kan pittig zijn. Maar de Schoorlse Duinen bieden ook vlakke, goed beloopbare paden die duidelijk zijn aangegeven. Kies hier bewust een korte route, rond de 5 kilometer, en kijk hoe het voelt.
Wat ik hier fijn vind : alles is helder. Kaarten bij de startpunten, kleurcodes op de route, en altijd wel andere wandelaars in de buurt. Dat geeft rust. En de zee is nooit ver weg, wat mentaal ook helpt.
Een stukje van het Pieterpad, niet meteen alles
Het Pieterpad klinkt voor veel beginners meteen te groot. Logisch, het hele pad is ruim 500 kilometer. Maar je hoeft het niet allemaal te doen. Sterker nog : dat moet je niet willen.
Losse etappes, zoals rond Groningen of Zuid-Limburg, zijn vaak uitstekend bewegwijzerd en relatief vlak. Begin met een halve etappe, 6 of 7 kilometer. Kijken hoe het voelt. Misschien denk je na afloop : dit smaakt naar meer. Of niet. Beide is oké.
Praktische tips om zonder stress te starten
Check altijd de markering vooraf. Als een route bekendstaat als “goed bewegwijzerd”, scheelt dat enorm in je hoofd.
Neem iets meer water mee dan je denkt nodig te hebben. Zelfs op korte afstanden. Het idee dat je genoeg hebt, geeft rust.
Draai om als het niet lekker voelt. Serieus. Wandelen is geen examen. Niemand kijkt mee.
Kies een route met meerdere startpunten. Dat geeft flexibiliteit als je eerder wilt stoppen.
Tot slot : het hoeft niet perfect
Misschien regent het licht. Misschien loop je iets langzamer dan gepland. Misschien zit je schoen net niet helemaal lekker. Dat hoort erbij. Wandelen leer je door te doen, niet door eindeloos te plannen.
Begin klein. Kies een route die logisch voelt. En onthoud : elke ervaren wandelaar was ooit een beginner die dacht “zal ik dit wel kunnen ?”. Spoiler : meestal kun je het prima.
